Een “identity fabric” is een laag die gefragmenteerde identiteitssystemen samenbrengt en zichtbaar maakt hoe identiteiten zich daadwerkelijk gedragen — over applicaties, API’s en infrastructuur heen. Het idee: de kloof dichten tussen wat toegangsbeleid ZEGT dat is toegestaan, en wat er in de praktijk ECHT gebeurt.
Dat verschil is groter dan veel organisaties beseffen. Configuratiegegevens vertellen je wat toegestaan zou moeten zijn; alleen gedragsmatige zichtbaarheid vertelt je wat er werkelijk gebeurt. Veel bedrijven monitoren enkel de logs van hun identity provider, waardoor misbruik op applicatieniveau — bijvoorbeeld een gecompromitteerd account dat zich binnen een app anders gedraagt dan normaal — onopgemerkt blijft.
Een specifiek pijnpunt zijn niet-menselijke identiteiten: service-accounts, API-sleutels en geautomatiseerde workloads krijgen doorgaans minder governance dan medewerkersaccounts, met overbevoorrechte en onbeheerde credentials tot gevolg — precies het soort account dat aanvallers graag misbruiken omdat er niemand naar kijkt. AI-agents voegen daar een nieuwe laag complexiteit aan toe: die gedragen zich anders dan traditionele inloggegevens en kunnen in de praktijk iets anders doen dan de bedoeling was, wat voortdurende observatie vereist in plaats van een eenmalige rechtencontrole.
De praktische eerste stappen die worden aangeraden: breng alle identiteitsbronnen en vertrouwensrelaties in kaart, geef prioriteit aan de identiteiten met het hoogste risico, en stel meetbare doelen voor zichtbaarheid en risicoreductie. Pas met die uniforme zichtbaarheid over hybride en multicloud-omgevingen wordt continue toegangsevaluatie en echte least-privilege-handhaving haalbaar — in plaats van een papieren Zero Trust-beleid.
Bron: The Hacker News
Blijf op de hoogte
Volg CybersecurityNieuws.nl via RSS en mis geen enkel beveiligingsnieuws. Zelf iets gezien dat wij moeten weten? Tip de redactie.